Annette Kouwenhoven vormt samen met dokter Co van Melle al ruim twee jaar het Goedemorgen-team / Samen bezoeken zij iedere ochtend mensen in de Bed-, Bad-, en Broodopvang in Buitenveldert / Niet alleen om ‘goedemorgen’ te zeggen, maar veel meer nog om mensen te begeleiden naar de juiste instanties, te luisteren naar hun verhaal en hen wegwijs te maken in de stad.




/ Tekst: Marloes de Moor, Parool /




Regen en hagel striemt in schuine banen langs de gevels. Voor één van de verlichte ramen van de Bed-, Bad-, en Brood-opvang (BBB) van HVO Querido in Buitenveldert poetst iemand zijn tanden. Een ander trekt een trui aan. Haastig maken ze zich klaar voor vertrek. Klokslag negen uur moeten de ruim 75 uitgeprocedeerde asielzoekers, die hier ’s nachts verblijven, het gebouw verlaten. Een enkeling staat al buiten onder het afdakje, zijn kraag hoog opgetrokken tegen de wind.




Annette Kouwenhoven is laat die ochtend. Als ze aan komt fietsen, druipend van de regendruppels, staan de bezoekers van de BBB haar al op te wachten. In haar kielzog volgt dokter Co van Melle, zijn poncho als een heroïsche cape wapperend in de wind.

Samen met Van Melle vormt Kouwenhoven al meer dan twee jaar het Goedemorgen-team. Vrijwel elke dag, ook in de weekenden, bezoeken zij de BBB. “We zeggen iedereen ‘goedemorgen’, luisteren naar hun verhalen, verwijzen ze hen naar ziekenzorg of andere instanties, vertellen waar ze een warme plek, eten of een toilet kunnen vinden,” vertelt Kouwenhoven. Liever zou ze zien dat er een gemeentelijke 24-uurs BBB komt, met een extra B voor Begeleiding, zodat mensen meer rust en veiligheid in hun leven krijgen, en begeleid worden bij hun plannen voor de toekomst.



Kouwenhoven is die morgen om zeven uur al naar De Rijp gereden om daar een Soedanese moeder met twee kinderen – ze sliepen er in een opvang van de GGD – op te halen onder het mom van een doktersbezoek omdat het gezin anders teruggestuurd zou worden naar Italië. De vrouw heeft een zogenoemde Dublin-claim, wat wil zeggen dat zij terug moet naar het land waar ze vanuit Afrika aankwam. Kouwenhoven: “Deze vrouw is maar een week in Italië geweest en wil niet terug, omdat er geen opvangvoorziening was; ze moest met haar kinderen op straat slapen. Ze is een jaar opgevangen in een Nederlands gezin, haar kinderen spreken inmiddels alleen nog Nederlands,” leg Kouwenhoven uit. Het gezin kan niet terecht in de BBB, en ook niet in een van de kraakpanden in de stad waar het vluchtelingencollectief We Are Here groep bivakkeert, al heeft de politie ze daar wel een nacht ondergebracht omdat ze niet wisten wat ze met het gezin aanmoesten. Na enige omzwervingen wonen moeder en kinderen nu dankzij Kouwenhovens netwerk in huis bij een Amsterdammer, de kinderen beginnen na de kerstvakantie op school.




Het goedemorgenteam doet Kouwenhoven onbezoldigd, daarnaast werkt ze twee dagen per week betaald voor het Wereldhuis en een dag per week betaald voor Ondertussen Amsterdam, een collectief van kunstenaars met en zonder vluchtelingenachtergrond. Kouwenhoven noemt de mensen met wie ze te maken krijgt ‘De onzichtbaren’, omdat ze voortdurend in de schaduw leven, zich begeven in een parallelle wereld waarin de juiste papieren ontbreken om écht mee te kunnen doen. Wat haar aanspreekt is niet alleen het dagelijkse contact met deze groep mensen, maar ook het pionieren: “Er is voor deze mensen geen sluitend opvangsysteem vanuit de overheid, in dat gat springen noodgedwongen de steungroepen.” Ook interesseren haar de bovenliggende vragen als: waarom worden bepaalde groepen mensen uitgesloten, waarom sluiten systemen van de overheid en de gemeente Amsterdam niet goed op elkaar aan? ‘Mensen in het AZC hebben onderdak, begeleiding, leefgeld, medische voorzieningen. Maar als ze uitgeprocedeerd zijn, worden ze geklinkerd, dat wil zeggen: alleen nog gemeentelijke nachtopvang en krijgen ze te maken met een lappendeken van hulporganisaties, steungroepen en vluchtelingencollectieven. Ze hoppen van informeel loket naar loket, zijn voortdurend aan het overleven, zonder enig perspectief en vaak verstoken van de meest basale mensenrechten.”




Kouwenhoven is beslist niet iemand die vindt dat al die zielige vluchtelingen maar moeten blijven. “Ten eerste zijn ze niet zielig maar wel enorm vindingrijk; zie maar eens zonder geld, zonder dat je mag werken, studeren en zonder vaste verblijfplaats te functioneren in de maatschappij. En ten tweede ben ik helemaal niet tegen terugkeer naar eigen land. Maar maak er een eerlijke terugkeer van, met veiligheidswaarborgen, begeleiding in het land van herkomst en een perspectiefbiedend plan.”




Zo’n tien geleden raakte Kouwenhoven als kunstenaar en vormgever betrokken bij het ongedocumenteerden. Ze maakte toen het beeld- en tekstproject Redocumented. Zoals zij als kunstenaar en vormgever denkt in concepten, zo doet zij dat ook in haar werk voor ongedocumenteerden. Zo is ze betrokken bij FC We Are Here, een voetbalteam voor vluchtelingen met en zonder status. En is ze onderdeel van de I’m Possible Creative Agency, waar sjaals, armbanden en zeefdrukken worden gemaakt door mensen met en zonder verblijfsstatus. Maar Kouwenhoven onderzoekt voortdurend nieuwe ideeën. Zo is ze bezig met het oprichten van de stichting Amsterdam City Rights, die ongedocumenteerden, waaronder niet alleen vluchtelingen maar ook arbeidsmigranten, informeert over hun basale mensenrechten. Dat gebeurt nu al via de website www.basicrights.nl, maar Kouwenhoven zou graag zien dat elke stad in Nederland zijn eigen City Rights team heeft, waar ook ongedocumenteerden zelf zitting in hebben en lobbyen voor hun positie bij de politiek. Die lokale teams kunnend dan samen een landelijke unie vormen, om hun positie te versterken. “Bepaalde mensenrechten zijn onafhankelijk van juridische status, daarin moet gewoon worden voorzien. Dat gebeurt lang niet altijd. Voorheen had Amsterdam de BBB-voorziening niet, maar is daartoe verplicht gesteld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.” Het verbaast haar trouwens dat Amsterdam niet voorop loopt op dit vlak. “We zijn al eeuwenlang een migrantenstad, het is nooit anders geweest. Tegen de stad zou ik willen zeggen: aanvaard die rol, onderzoek, pionier. Men is op gemeenteniveau bang voor aanzuigende werking van vooruitstrevende voorzieningen, maar die is nooit bewezen.”




Om de schaduwwereld van de ongedocumenteerden zoveel mogelijk richting die van de maatschappij van alledag te manoeuvreren wil Kouwenhoven graag een bank oprichten voor mensen zonder papieren, en een platform oprichten voor informele opvang, hetzij bij particulieren of bij vastgoedondernemers die out of the box antikraakmogelijkheden willen verkennen. “Er bestaat een soort Airbnb voor statushouders, ik zou net zoiets willen opzetten voor ongedocumenteerden. Dat ze voor kortere of langere tijd in een gewoon huis kunnen slapen, een keer kunnen uitslapen, overdag niet constant op zoek moeten naar een schuilplaats. Kortom: dat ze even kunnen ontsnappen aan de overlevingsmodus.” Dat laatste is volgens Kouwenhoven heel belangrijk als je als ongedocumenteerde een gedegen plan voor de toekomst moet maken. “Als je een geheel of gedeeltelijk zwervend bestaan leidt, geen geld en geen begeleiding hebt, dan denk je niet verder dan de hele korte termijn. Waar is het droog, waar kan ik plassen, hoe regel ik een maaltijd. Maar aan het constructief organiseren van je toekomst kom je niet toe, waardoor deze mensen vaak eindeloos in een opvang blijven of in kraakpanden.’ Ook fantaseert ze over een zogenaamd Migration Hotel, waar toeristen, vluchtelingen met en zonder status, in of buiten procedure allemaal kunnen bivakkeren. Maar, zegt ze er lachend bij, dit is nog wel een beetje far fetched.”




Op Facebook leest Kouwenhoven dagelijks bakken bagger in de trant van: laat ze oprotten naar hun eigen land. Maar zo simpel ligt het niet: “In veel gevallen gaat het om ingewikkelde zaken, bijvoorbeeld omdat bewezen moet worden of iemand homo is, of christen, of omdat de veiligheidssituatie in een land steeds schommelt. En veel vrouwen willen absoluut niet terug naar een land waar ze derderangs burger zijn. Onze ervaring is dat veel mensen na jarenlang wachten en procederen uiteindelijk toch een verblijfsvergunning krijgen,” legt Kouwenhoven uit.




De gemeente heeft sinds 6 november 2017 de criteria voor de Bed-, Bad-, en Broodvoorziening aangescherpt. Wie uit een veilig land komt, een inreisverbod heeft, zwart werkt of een Dublin-claim heeft, komt er niet meer voor in aanmerking. Vlak na de kerst kregen verschillende mensen daardoor te horen dat ze van de een op de andere dag weg moesten.“Deze mensen kunnen voorlopig terecht in de winteropvang voor daklozen. Maar die gaat op 1 april dicht en dan staan ze echt op straat.”




Kouwenhoven maakt zich zorgen over hen. “Ze hebben maar drie maanden de tijd om juridisch nog iets voor elkaar te krijgen en dat is eigenlijk te kort.” In het Wereldhuis, waar Kouwenhoven inmiddels is aangekomen, voert ze een intakegesprek met Abdelkarim (21) uit Irak. Duidelijk wordt dat Abelkarim volgens de Immigratie-en Naturalisatiedienst (IND) terug moet naar Irak, omdat de situatie daar nu veilig is. “Maar ik ben ook atheïst maar dat leek me niet relevant,” legt Abdelkarim uit. Met dit feit, dat hem wél in gevaar kan brengen in zijn vaderland, kan hij opnieuw een asielprocedure te beginnen. “Ik geloof niet in een God, maar in wie ik ben, vanuit mijn hart,” verklaart Abdelkarim.



Kouwenhoven luistert naar zijn verhaal en wijst hem op de activiteiten die het Wereldhuis organiseert, zoals Nederlandse en Engelse les, muziekoptredens, cursussen en gezamenlijke maaltijden. “Ik zal ook op zoek gaan naar organisaties voor atheïsten waarbij je je kan aansluiten.” Ze neemt hem mee naar de overdekte, warme binnentuin van het Wereldhuis. Aan tafels zitten mensen filmpjes te bekijken op hun telefoons, anderen doen een spelletje, kletsen of maken muziek. Abdelkarim beziet het met een voorzichtige opluchting over zijn gezicht. “Ik moet hier mijn weg hier zien te vinden,” besluit hij. “Negen van de tien keer vinden mensen het al heel fijn als je naar ze luistert,” vertelt Kouwenhoven. “Er is zo vaak níet naar ze geluisterd. Ze zijn blij als ze volwaardig worden behandeld, gewoon zoals iedereen dat zou willen.”